|
|
 |
De Nederlandse inzending naar de Praagse Quadriënnale 2007
‘de ziel van de ontwerper: de bron van het ontwerp’
Het Nederlandse paviljoen wil op de PQ’07 voor iedereen een centrale
ontmoetingsplek zijn. De focus ligt op het ontwerpproces, niet op het
(eind)resultaat. Wij willen de uitgenodigde Nederlandse vormgevers en
hun werkproces centraal stellen en daarmee verder gaan dan het tonen
van louter maquettes. Wij willen reflecteren op de ‘ziel van de
ontwerper’. Om het programma verder inhoud te geven zullen wij
bovendien internationale vormgevers uitnodigen deel te nemen aan ronde
tafel gesprekken in ons paviljoen.
Het Nederlandse paviljoen zal tien dagen bemand zijn met vormgevers die
zich verdiepen in hun eigen bronnen en inspiratiemateriaal, hun
werkproces presenteren en dit delen met andere vormgevers uit binnen-
en buitenland en met het publiek
In de ogen van de samenstellers/curatoren * van de Nederlandse
inzending gaat theatervormgeving niet alleen over decorontwerp, maar
net zo goed over licht-, geluid-, kostuum- en video-ontwerp. Deze
disciplines vormen tezamen de vormgeving van een voorstelling. Daarom
zijn er vanuit alle disciplines die de vormgeving van een voorstelling
uitmaken vormgevers uitgenodigd.
Iedere uitgenodigde vormgever vult tijdens de PQ één dag. Het staat de
vormgever vrij om zelf een uitzonderlijk concept voor zijn of haar dag
te verzinnen. Elke vormgever zal gevraagd worden om specifiek in te
zoomen op een onderdeel van zijn of haar werk of er een ontwerp uit te
lichten.
Als leidraad is er een vaste dagindeling wordt hulp geboden door een
Master of Ceremony met kennis van zaken: elke dag begint tijdens de
koffie met het voorstellen van de ontwerper van de dag door de MC.
Tijdens de lunch zullen in een thematisch gesprek tien theses over de
ziel van de ontwerper aan de orde komen. Tot aan de High Tea is er de
mogelijkheid om in een workshopachtige situatie concreet aan het werk
te gaan met collega’s en belangstellenden De dagafsluiting is dan een
High Tea /borrel die bestaat uit een gastontmoeting met een
buitenlandse collega, speciaal uitgenodigd door de vormgever van de
dag. Waarschijnlijk heeft deze persoon de gehele dag meegemaakt zodat
hij kan reflecteren op de ‘ziel van de ontwerper’ van die dag.
In het Nederlandse paviljoen zullen ervaringen, beelden, en opvattingen
over theater worden uitgewisseld. Om dit goed te kunnen doen bestaat
het Nederlandse paviljoen uit een zo open mogelijke- en eenvoudige
ruimte met tafels en met een bouwkeet waarin geconcentreerd gewerkt of
gepresenteerd kan worden. Het paviljoen heeft de uitstraling van werk
in wording, van een atelier. Daarnaast zijn alle ingrediënten van deze
vormgeversdagen te zien. Hierbij kan vermeld worden dat de uitgenodigde
ontwerper en zijn/haar (buitenlandse) collega’s gevraagd worden
inspiratiebronnen en ander materiaal ter illustratie van het proces in
de ziel van de ontwerper mee te nemen.
Het is zeker ook een ambitieuze invalshoek van de Nederlandse inzending
om het vluchtige en ongrijpbare resultaat van theater grijpbaar te
maken: na een voorstelling verdwijnt het decor in een opslagplaats of
in een afvalcontainer en bestaat alleen het beeld van een voorstelling
in de hoofden van de toeschouwer, op dvd, foto’s of in maquettes. Het
tentoonstellen van al dat beeldmateriaal doet niet per definitie recht
aan de intentie en inhoudelijke lijn die de vormgever in het hoofd had.
De Nederlandse inzending kan dan ook gezien worden als een poging een
andere vorm van tentoonstellen van vormgeving te realiseren: het gaat
niet om het tonen van een gestold resultaat, maar van een in beeld
gebrachte inspiratiebron, van een proces in wording.
*(Mirjam Grote Gansey, Peter de Kimpe, Herbert Jansse, Catharina
Scholten, Matt Vermeulen, Martien van Goor, Hans van Keulen en Eric de
Ruijter)
|
|